Feedback

Hoe moet ik dat nou weer zeggen?

 

Wat?

 

Nou, als je iets niet wil of niet leuk vindt. Of als ik me ergens aan stoor.

 

Gewoon, zeggen. Dat heet namelijk feedback. En dat hoeft niet alleen maar een negatieve ondertoon te hebben, je kunt ook wel eens zeggen wat je wel bevalt. Dat zijn ook wel complimenten.

 

Feedback? Nooit van gehoord.

 

Dat zegt op zich al genoeg. Maar succes met het geven van feedback.

 

Hoe moet ik dat dan doen?

 

Moet? Dat gebruiken we niet meer, het is beter een vrijwillige insteek te nemen.

 

Een vrijwillige insteek? Je bedoelt bejaarden op de po plaatsen?

 

Nee, ik bedoel dat je feedback beter wat positiever kunt benaderen.

 

Maar ik moet iets zeggen wat helemaal niet zo positief is.

 

Daar ga je weer, als je zo begint gaat het zeker niet goed.

 

Wat bedoel je nou eigenlijk? Zit je mij nou feedback te geven, daar zit ik toch verdorie niet op te wachten!

 

Nee, dat snap ik. Maar wat ik je probeer duidelijk te maken is dat je de hele tijd het woord moet gebruikt, dat kan echt niet meer. Moet is achterhaald. Zo jaren 80. Het is handiger om te spreken van kunnen en willen.

 

Maar dat wil ik helemaal niet. Ik wil het niet en ik kan het niet. Moet ik het zo zeggen?

 

Pffff, het getuigt niet echt van een coöperatieve houding.

 

Coöperatieve houding, jij loopt zo te zeuren. Je zit de hele tijd te zeggen dat ik dingen verkeerd zeg.

 

Dat is nou feedback geven.

 

Nou, dan laat ik dat wel zitten, want ik heb er niet zoveel zin in om net zo’n zeikerd te worden zoals jij nu bent.


 

Er zijn strikte feedbackregels, dat weten de meeste mensen wel die onderworpen zijn aan een cursus binnen het bedrijfsleven. Gesprek aangaan, bij je zelf houden, oprecht uitspreken, of het nou complimenten zijn of zaken die je liever anders ziet. Gedrag beschrijven, wat voor effect het op je heeft, een reactie afwachten naar aanleiding van de boodschap, vragen om alternatief gedrag en samen kijken naar mogelijke oplossingen. Klinkt beeldig!

Tot vervelens aan toe rollenspellen, elkaar leren aanspreken op verbeterpunten, om het maar een positieve wending te geven. 360 graden feedback, wat kan beter, wat doe ik goed, wat moet ik gaan oppakken en waar moet ik mee stoppen.

Uiteraard zijn er mensen die het hartstikke leuk vinden, of op zijn minst een sociaal wenselijke rol spelen om toch aankomende beoordeling goed te scoren op de leuke coöperatieve houding! Maar het overgrote deel heeft een broertje dood aan rollenspelen, en wil eigenlijk helemaal niet leren hoe hij of zij collega’s kan aanspreken op gedrag. Zij willen het vooral zo gezellig mogelijk houden, met hier en daar een uitschieter en een teambuildingsdag indien noodzakelijk. Verder gewoon conflictvermijdend door het leven, verdekt opgesteld en bereid te doen wat gevraagd wordt, liefst met zo min mogelijk inspanning. Groeien is ook niet nodig, gewoon iedere dag naar het werk, af en toe vakantie en op standje “overleven”.

Maar waarom zou dat eigenlijk zo slecht zijn? Is het niet juist fijn niet overbevolkt te zijn met strebers en ambitieuze mensen die maar wat graag feedback geven?

Waarom moet iedereen mee in de open en eerlijke communicatie die het management nastreeft? Omdat het management misschien zelf de feedback niet durft te geven en vooral graag de verantwoordelijkheid van de slangenkuil verlegd naar de werkvloer?

Ik weet het niet, ik heb het antwoord niet. Maar vaak genoeg wordt het werkende “klootjesvolk” onderworpen aan processen waar ze zich beter ver van kunnen houden, omdat hun insteek gewoon survivallen binnen de bedrijfsjungle betekent. Koffie halen voor elkaar, met elkaar een rondje tijdens de pauze en om de beurt notuleren. Soms zijn dingen heel simpel, niet iedereen hoeft te worden veranderd……

Alhoewel, soms kan het toch verdomde handig zijn…..

 

Ik zie dat je koffie-automaat-codenummer 176 pakt voor mij, de cappucino met suiker.

Ik vind eerlijk gezegd cappucino niet zo lekker.

Ik heb liever dat je voortaan 177 pakt, de wiener melange zonder suiker.

Snap je wat ik hiermee bedoel?

feedback_20150222