De dappere prins

Er was eens een prins, een knappe grote prins, met prachtige bruine ogen en een geweldige mooie zwarte jas met een grote witte wollige kraag. De prins woonde in een ver land, waar mensen al jaren ruzie met elkaar maakten. Ze wisten niet eens dat deze prins een echte prins was, want hij liep op straat nadat hij zijn huis was kwijtgeraakt.

De prins woonde vroeger in een geweldig mooi huis met een prachtige tuin, maar doordat alle mensen ruzie maakten was zijn huis kapot gegaan en kon hij er niet meer wonen. De prins vond het afschuwelijk om op straat te moeten wonen. Hij had het zo fijn gehad in zijn oude huis met zijn heerlijke bed en fijne tuin.

Na een tijdje werd het wel wat rustiger op straat. De mensen maakten niet meer de hele dag ruzie en soms lachten zij zelfs weer. Dat zag de prins graag, want al die herrie en dat geschreeuw vond hij maar niets. Hij hield niet van ruzie.

Meestal was het wel veilig op straat en kon hij hier en daar wat te eten vinden. Maar soms had hij een knorrend buikje van de honger en kon hij daardoor weer niet zo lekker slapen.

Na wat rondzwerven kwam hij in een mooi dorp. Er liepen ook andere prinsen en prinsessen op straat, en hij maakte al snel vrienden. Ze vertelden hem van een bakker, de vrouw van de bakker gaf soms gratis brood weg. Daar gingen ze dan af en toe heen om lekker te kunnen eten.

Er was één prinses in het bijzonder. Ze was zo betoverend mooi! Ze had prachtige lange haren, een geweldige jas, wit met bruin gekleurd. Ze had ogen zo zwart als kooltjes, het leken wel mooie grote ogen als van een popje. Als de prins haar in de ogen keek werd hij helemaal verliefd.

Maar de prinses wilde niet zomaar met de prins samen verder reizen. Ze had heel veel meegemaakt op straat en ze durfde niet zo makkelijk een nieuwe vriendschap te beginnen.

De prinses snapte dat de prins heel erg lief was en voor haar wilde zorgen en stapje voor stapje kon ze hem vertrouwen. Ze gingen samen naar de bakkers voor een broodje, zwommen samen in de rivier, sliepen samen in het hoge gras of in een kapot huis waar niemand meer woonde. Ze waren gelukkig en genoten van iedere dag.

Op een dag rende een man langs en hij keek naar de prinses. Ze was bang voor de man en ze liet weten dat hij haar met rust moest laten. De man schrok en pakte zijn pistool. De prins zag dat de man wilde schieten, en rende zo hard als hij kon…. De prinses kroop onder een auto om te vluchten maar ze was geraakt. De prins was helemaal in paniek en keek hoe het ging met haar. Ze moest huilen en zei dat hij hulp moest halen.

De prins moest snel iets doen voor het te laat was, ze was gewond. Hij rende naar de bakkersvrouw en hij vroeg of ze met hem mee wilde komen. Ze begreep hem niet en zei dat hij al brood had gehad die ochtend en dat hij de volgende dag terug mocht komen. De prins smeekte dat ze mee moest komen, hij trok aan haar schort en ze werd er een beetje bang van, maar haar gevoel zei dat er iets aan de hand was en ze besloot met hem mee te gaan.

De prins bracht de bakkersvrouw naar de auto waar de prinses onder lag. De bakkersvrouw schrok erg toen ze haar zag liggen en probeerde haar onder de auto vandaan te halen. Maar de prinses was bang en kroop nog verder weg. Toen de prins zei dat de bakkersvrouw alleen maar wilde helpen, twijfelde de prinses heel erg, maar toch kroop ze voorzichtig onder de auto vandaan. De bakkersvrouw kon haar oppakken en bracht haar direct naar een vrouw in het dorp waar wel vijftig andere prinsen en prinsessen woonden, omdat ze eerder op straat rondzwierven en gevaar liepen. Stel je eens voor; vijftig! Dat is veel.

De prins mocht bijkomen in een rustig kamertje, met wat water en wat eten. Hij kreeg een deken, maar kon niet slapen. Hij wist niet goed wat hij moest denken. Zouden de mensen wel lief zijn voor zijn vriendinnetje? Zou ze niet in gevaar zijn? Maar hij moest vertrouwen hebben en heel veel geduld.

De lieve vrouw deed er alles aan om de prinses te helpen. En omdat ze zo goed voor haar zorgde, met zoveel liefde en geduld, ging het steeds beter met haar. Na een tijdje kon ze weer lopen en mocht ze eindelijk weer naar haar prins.

Ze kwam bij zijn kamer en klopte op de deur. Hij deed open en geloofde zijn ogen niet. Na heel veel slapeloze nachten stond zijn lieve prinses opeens voor zijn mooie grote glimmende zwarte neus! En de prinses? Die was zo blij, ze blafte er flink op los van vreugde.

Zwarte neus en blaffen? Jazeker! De prins en de prinses zijn allebei prachtige honden, zacht van vacht en lief van karakter. Zij delen een vriendschap voor het leven en zijn heel trouw aan elkaar. Na zoveel avontuur samen op straat, loopt het verhaal goed af, want ze wonen nog lang en gelukkig, veilig en goed verzorgd, in een geweldig asiel in Bosnië, een land waar veel ruzie en oorlog is geweest. Gelukkig hoeven ze niet meer bang te zijn. Samen met de andere bewoners van het asiel hebben ze een thuis en worden ze geweldig goed verzorgd.

In veel landen leven er honden op straat. Sommigen hebben het goed, anderen niet. De prins en zijn prinses vertellen hun verhaal om te laten zien hoe belangrijk het is dat je goed voor dieren zorgt. Wil jij dieren helpen? Geef dan het goede voorbeeld. Wees lief voor dieren en zorg goed voor ze, want: wie een dier liefde kan geven, heeft een vriend voor het leven!

Wil jij iets doen voor de dieren in andere landen die het moeilijk hebben? Dat kan! Je kunt een spreekbeurt houden in de klas of een actie starten om meer aandacht te vragen voor de dieren. Als je daar meer over wil weten kun je een email sturen naar: info@hondenopvang.com

Dedappereprins_20150301