Coachen of gecoacht worden

In de categorie ‘Oei, ik groei’ dit keer een stuk over coachen.

Je kan een keer op het punt komen dat je gevraagd wordt om iemand te coachen. Zo maar iemand, omdat ‘coachen’ bij je kennis moet gaan horen omdat je een bepaalde seniorfunctie vervult, of juist een specifiek iemand omdat die persoon coaching nodig heeft.

In beide gevallen is het goed om te weten wat coachen is. Is dat hetzelfde als inwerken, hetzelfde als kennis overdragen, iemand opleiden of is het meer dan dat?

Coachen is inderdaad meer. Bij coachen help je (de coach) de andere persoon (de coachee) te leren. Niet door kennis over te dragen of door les in materie te geven. Je helpt die persoon zijn zelfsturend vermogen te gebruiken en stimuleert dit, je inspireert hem.

 

Het coachgesprek.

Het coachgesprek is meer dan gewoon een beetje kletsen over hoe het gaat. Het coachgesprek moet gestructureerd aangepakt worden en daarvoor zijn er modellen ontwikkeld, waaronder het To-GROW-model:

To (topic of Thema)

(Goal of Gewenst)

(Reality of Realiteit)

(Options of Opties)

(Wrap up of Werkplan)

Door deze stappen te volgen werkt de coachee gestructureerd naar het einddoel.

 

Topic:

Bepaal het thema waarop er gecoacht gaat worden, bijvoorbeeld het geven van een presentatie over een onderwerp waar de persoon veel vanaf weet.

 

Goal:

Hierbij ga je de doelen bepalen. En deze worden dan zo helder mogelijk beschreven waarbij de afkorting SMART gebruikt kan worden:

S van Specifiek, niet op een andere wijze op te vatten;

M van Meetbaar, hoe kan je meten of het doel is bereikt;

A van Acceptabel

R van Realistisch

T van Tijdgebonden, wanneer moet het doel bereikt zijn;

 

Reality:

Bepaal de huidige situatie, wat gebeurt er op dit moment, waar heb je last van, wie hebben ermee te maken, wat heb je tot nu toe gedaan en met welk resultaat, waarom heb je een probleem met het doel wat je jezelf gesteld heb, heb je het al eens gedaan en waren de resultaten altijd hetzelfde of ging het ook wel eens beter?

 

Options:

Hierbij probeer je met ideeën te komen die kunnen helpen bij het oplossen van het probleem bij de coachee. Hierbij assisteert de coach wel in het creatieve proces, maar de echte ideeën laat je door de coachee aanbrengen. Schrijf hier bijvoorbeeld alle ideeën op. Stel/beantwoord hierbij vragen als

  • welke kansen zie je,
  • wat zou je (nog meer) kunnen doen. Als hier geen antwoorden komen, dan zou je zelf wat kunnen opperen. “wat nou als je ook nog eens…”
  • wat zijn de voor- en nadelen van de opties?
  • wat zou je doen als je alles kon doen en niemand je tegenhield?

 

Wrap-up of werkplan:

Hierbij wordt een actieplan gemaakt waarin de coachee (en dus niet de coach) opschrijft welke keuzes hij gemaakt heeft en wat hij gaat doen in welke tijd (de punten van het SMART-verhaal)

Zorg dat de antwoorden op de belangrijke vragen erin staan:

  • wat ga je doen, beschrijf de stappen,
  • wanneer ga je die doen,
  • wie moet hiervan op de hoogte worden gebracht,
  • wat kan je tegenkomen waardoor je gehinderd wordt,
  • hoe kan je deze overwinnen,
  • kan je dit zelf of heb je hier hulp bij nodig, hoe krijg je die
  • hoeveel zin heb je om dit doel te bereiken,
  • hoe zou je nog meer zin kunnen krijgen om dit te doen?
  • kan de coach, of de omgeving, bij dit doel kunnen helpen?
  • is dit actieplan afdoende?

 

33a1dcb57ba9e81ec5f0e33d48b413f8.jpg

Stel dat je gevraagd wordt om te gaan coachen, kan je dat dan zo maar?

Ik durf het niet te beantwoorden, ik ben geneigd om te zeggen van niet. Je kan goeie bedoelingen hebben, maar dat is niet hetzelfde.

Je zult toch minimaal over de volgende competenties moeten beschikken:

  1. Zelfkennis. Wat kan je allemaal en wat kan je zelf nog niet?
  2. Communicatievaardigheden. Je moet kunnen luisteren (en dat is niet hetzelfde als ‘niet praten’), je moet de juiste vragen kunnen stellen en weten wanneer je nog door moet vragen en je moet kunnen samenvatten.
  3. Feedback kunnen geven, maar ook kunnen ontvangen. Hierbij herken je bepaalde patronen bij de coachee en geeft dit aan;
  4. Integriteit. Wat je onderling bespreekt is privé en zo moet je het ook behandelen, vertrouwelijk en zorgvuldig
  5. Resultaatgerichtheid. Zelf heb je ook duidelijk een doel voor ogen wat je nastreeft.
  6. Inlevingsvermogen. Dit is nodig om snel een beeld te kunnen vormen over de coachee.

 

Ben ik klaar om te coachen, kan ik dit of kan ik dit leren?

Coachen is een eigenschap die je kan leren, er zijn opleidingen en cursussen om de basisprincipes van coachen te leren, maar het zal vooral aankomen op veel doen. Je kunt je eigen coachen ook gebruiken om te leren. Gebruik je ervaringen als leermomenten. Doe het samen met anderen, laat degene die je coacht feedback geven.

Hou er hierbij wel rekening mee dat coaching waar je zelf niet achter staat negatief uit kan pakken voor de coachee. Doe het dus omdat je het leuk vindt, niet omdat je het moet. Dat geldt immers ook voor degene die gecoacht wordt. Die moet het willen, niet omdat het moet.

Veel succes. En heb je ervaringen, noteer en deel ze.

(Dit verhaal is op 4 mei 2012 door Fred Steenbergen geschreven en geplaatst op Plazilla, op 2 april 2018 is het verplaatst naar Zeepkistje)