Bulka, schaap in wolfskleren

Bulka, een schaap in wolfskleren

bulka_k

Tuzla, Bosnië, september 2006. We rijden de berg op. Door de autoramen heen hoor ik een oorverdovend kabaal. Honderden honden blaffen ons toe. Ze dringen voor aan het hek, op zoek naar een knuffel of een gewillige kuit om in te bijten. De aanblik wordt me te veel. Ik kan alleen maar keihard huilen. Terwijl ik probeer me te vermannen, ga ik samen met de andere vrijwilligers het asiel binnen.

Neuzen, poten, staarten, tongen en oren bedekken me. Ze willen allemaal tegelijk aandacht. Ik voel me direct schuldig, want hoe kan ik ze nou allemaal die welverdiende knuffel geven? Al die onnodig geboren schatten die opgesloten zitten in dit soort gevangenissen. Ik heb een bijna onbedwingbare behoefte om het hek open te zetten, maar ik weet mijn anarchie een halt toe te roepen en sleep mezelf door de horde honden.

Opeens zie ik mijn adoptiehondje. Ik pak het lieve kleine ding op, knuffel haar vol overgave en laat mijn tranen de vrije loop. Het beestje zal de hele week niet meer van mijn zijde wijken en ik beloof haar bevrijding in de toekomst.

Een week lang zijn we hard aan het werk met het steriliseren van honden en het bouwen van nieuwe onderkomens. Gedurende de week vallen ook andere honden op. Tijdens één van mijn spaarzame pauzes zit ik samen met een andere vrijwilliger even uit te blazen en zoals altijd komen dezelfde honden ons gezelschap houden. Eén van hen is Bulka, een pitbull-mix. Ze komt iedere keer tegen me aan zitten en wil gewoon genegenheid. Niet meer en niet minder.

Aan het eind van de week ben ik verdrietig, want ik weet dat ik al die schatten moet achterlaten. Ik vertrek net zoals ik ben aangekomen; hard huilend!

Als ik eind oktober terugkom in het asiel, is er niet veel veranderd. De spanning is toegenomen en de toekomst van de honden nog onzekerder. Het enige lichtpuntje is dat Mama, mijn adoptiehondje, mee mag naar Nederland. De hele terugreis ligt Mama tevreden op mijn schoot en ik voel dat ik weer ’s verliefd ben. Mama komt terecht in het voor haar meest perfecte huis. Een thuis waar ik ook een ander leven heb, maar de Bosnische honden nemen het grootste deel van mijn overpeinzingen in beslag. Ze zitten in mijn systeem, en ik kan aan bijna niets anders meer denken dan aan de zware winter die de dieren keihard raakt.

Begin januari 2007 ga ik opnieuw naar het asiel in Tuzla. Deze keer gaat Fred mee. Fred is een kattenmens en heeft niets met honden, maar hij wil toch graag de handen uit de mouwen steken voor het asiel. Bovendien is hij toch wel heel erg benieuwd naar het land en naar mijn obsessie.

Het is een heftige en vervelende week met een heleboel dieptepunten. We moeten alle pups in het asiel laten inslapen omdat ze ziek zijn. De kou en ondervoeding zal hun lijdensweg alleen maar verergeren. Ik neem zo’n klein warm lijfje in mijn handen en stel het beestje gerust met zachte, lieve woordjes. Hij knort tevreden en vertrouwt me volledig, niet wetende wat voor vreselijke beslissing ik voor hem heb moeten nemen. Ook al weet ik dat de verlichting zwaarder weegt, ik kan het nauwelijks verkopen aan mijn geweten. Als we klaar zijn wordt de kruiwagen met vijftig pups naar het zelfgemaakte graf gereden en worden de pups respectvol begraven.

De sfeer in het asiel is om te snijden. De beheerster is na een afwezigheid van drie maanden plotseling teruggekomen en heeft besloten het asiel weer over te nemen. Ze is een bijzonder onaangename dame die ons van alles en nog wat beschuldigt. Ze pakt onze paspoorten af en sluit ons op. Als we ontsnappen uit de geïmproviseerde gevangenis zien we hoe de tierende beheerster de politie probeert te overtuigen van onze criminele activiteiten en van het feit dat we geen werkvergunning hebben. Gelukkig neemt de politie haar niet serieus en geeft de paspoorten terug waarna de feeks briesend afdruipt.

Langzamerhand bereikt het virus ook Fred, het gevoel dat je wat doet, echt iets wat het verschil maakt. En stap voor stap zie ik hem veranderen in een hondenmens, met als grootste stimulans de lieve kleine Bulka. Een typische pitbull-achtige hond, bloedlief en op zoek naar een knuffel treft ze Fred. Hij schrikt, kijkt naar de hond en is voorzichtig, maar hij merkt al snel dat er geen kwaad schuilt in deze schat. Ze straalt liefde uit en vervult je hart met een warme gloed. Het knuffelen met alle lieverds werkt zuiverend, neemt het verdriet weg van alle ellende en geeft kracht.

De volgende dag krijgen we via een medewerker een waarschuwing. Er zou een knokploeg onderweg zijn om ons een kopje kleiner te maken. Ik neem geen risico, we springen in de auto en vertrekken. Op weg naar beneden komen we een Volkswagen tegen met daarin 4 opgepompte kerels met zonnebrillen op. We zijn net op tijd vertrokken.

Het is ons laatste bezoek aan het asiel in Tuzla geweest. Daarna volgt een maandenlange juridische strijd om de zeggenschap over het asiel. We verliezen vele euro’s aan advocaten die uiteindelijk niets voor elkaar krijgen en we moeten ´onze´ 450 honden achterlaten. Ze gaan een zeer onzekere toekomst tegemoet en het enige wat we kunnen doen is machteloos toezien hoe ze sterven van honger, dorst en gebrek aan verzorging.

In de maanden daarna horen we hoe dode honden regelmatig het asiel uit worden gedragen en in een massagraf worden gegooid. Het maakt ons intens verdrietig. Ieder van de vrijwilligers had wel een favoriet en ik weet zeker dat die van mij allemaal niet meer leven. Ze hebben allemaal een gebrek of een handicap en zullen dit nooit overleven. We trachten ons verdriet om te zetten in acceptatie, voor zover mogelijk, en proberen het te vergeten.

Het is april 2007 als we een nieuw project bezoeken, een klein asiel in Orasje. Met een knoop in de maag gaan we de nieuwe uitdaging aan. Nieuwe lieve honden en mensen van het project in Orasje verzachten het leed, maar vergeten kunnen we de honden in Tuzla niet.

Het nieuwe asiel is het tegenovergestelde van het asiel in Tuzla. Het is een paradijs waar oprechte liefde voor dieren de drijfveer is, en niet het geld. Svjetlana en haar man Yusuf zijn dit asiel begonnen voor de honden die rond het dorp lopen en gedumpt worden in de directe omgeving. Het asiel wordt onze nieuwe basis, een ware ambassadeur die aan de rest van Bosnië laat zien hoe het moet. Wij verbinden ons vol overtuiging aan dit project en zullen alles in het werk stellen de honden in het asiel een nog beter onderkomen te geven en zoveel mogelijk dieren in en rond het asiel te steriliseren.

In september 2007 reizen we opnieuw naar Bosnië. Een aantal vrijwilligers van onze groep is al vooruit gereisd om dingen voor te bereiden. We rijden in Oostenrijk als ik een sms krijg. Ik kan nauwelijks ademhalen door de boodschap. ‘Nee, nee, nee,’ roep ik. Fred trapt op de rem en vraagt wat er in vredesnaam aan de hand is. ‘Ze hebben een bezoek gebracht aan het asiel in Tuzla en een aantal honden kunnen bevrijden. Ze konden zich naar binnen kopen en hebben als een razende7 honden gepakt waarvan ze wisten dat iemand er een speciale band mee had. Er waren er ook een aantal die ze niet te pakken kregen en ze hadden maar een paar minuten om weer weg te komen,’ vertel ik Fred. ‘Eén van de honden die ze mee hebben kunnen nemen is een pitbull, jouw Bulka.’ We durfden niet te geloven dat zij bevrijd was, samen met nog twee van mijn lievelingen, Ostri en Blue.
Trillend en stuiterend van de adrenaline vervolgen we onze reis naar Bosnië. Het duurt nog een hele nacht voor we de honden eindelijk in onze armen kunnen sluiten. Eindelijk komen we aan, we gaan direct naar “onze” honden en knuffelen ze. Fred is dolblij met zijn Bulka, duidelijke herkenning in haar ogen en ze doet er alles aan om hem weer in te pakken, met succes.

Het was onwerkelijk, te mooi om waar te zijn. En het was ook te mooi, zo zal later blijken. Drie van de honden worden teruggestolen en wederom krijgen we te maken met de politie. Op dit moment zie ik voor het eerst een andere kant van Svjetlana, eentje die heel duidelijk laat merken dat er met haar en vooral haar honden niet gesold kan worden. Ze waarschuwt de mensen die de honden hebben teruggestolen zich nooit meer te laten zien. Meer woorden maakt ze er niet aan vuil.

Van de vier honden die niet zijn teruggestolen, gaan er drie mee naar Nederland. Eentje blijft in het asiel achter: Bulka. Vanwege de wetgeving rondom pitbulls zijn we gedwongen om Bulka, met haar pitbull-achtige voorkomen, achter te laten in Orasje. We willen niet het risico nemen dat ze onderweg in beslag genomen zal worden. Bovendien heeft Bulka het prima naar haar zin in Orasje. Ze zit daar goed en het is al grote winst dat ze is verhuisd van Tuzla naar Orasje.

Weer drie jaar later, het is inmiddels september 2010. De pitbullwet is afgeschaft en in Nederland zit een opvanggezin klaar. Bulka komt naar Nederland. Drie jaar na de brute hondenroof voelt het als een bevrijding dat Bulka nu werkelijk haar kans krijgt. De aangepaste adoptieprocedure zou ervoor zorgen dat alleen serieuze gegadigden in aanmerking konden komen om Bulka te adopteren. Slechts 5 minuten heeft de Bosnische engel ter adoptie gestaan, daarna was ze geplaatst.

Toen ze eenmaal op de website verscheen als te adopteren hond gaf Suze een seintje aan Fred dat zijn hartje ter adoptie stond. Fred schrok en ging direct aan de slag. Na een hartig gesprek met elkaar besloten Suze en Fred dat er maar één gezin geschikt zou zijn, dat van hun zelf!
Fred stuurde een mail naar Tanja, die de adopties coördineerde, alsof hij een vreemde was die in aanmerking wilde komen voor adoptie van Bulka. Gelukkig werden we goed gekeurd.

Fred was vanaf dag één verliefd op Bulka, en dat voor iemand die niet zo’n hondenmens is. Het zegt heel veel over Bulka, haar zachte aard en lieve warme persoonlijkheid. Bulka is zeker na alles wat ze mee heeft gemaakt een terecht symbool geworden voor alle honden waar we dagelijks keihard voor werken, om de toekomst te verbeteren en te veranderen, voorgoed.

Suze