Zwerfafval rapen, hoe heeft het zover kunnen komen

‘Hé, taakstraf?’ is een kreet die ik een tijd terug naar me toe gegooid kreeg. Een auto met een aantal jongeren reed langs de rotonde waar ik net mijn zwerfafval-rondje deed. Aan de ene kant kon ik er wel om lachen, maar aan de andere kant geeft dat misschien ook wel het probleem aan. Als je je druk maakt over zwerfafval, of er zichtbaar iets aan doet, dan word je al snel gezien als iemand met een taakstraf, als de dorpsgek of als een of ander links gekkie.

Jammer, want dit veroorzaakt bij velen een drempel om er zelf iets aan te doen, of bijvoorbeeld mensen erop aan te spreken als ze vuil op straat gooien.

Maar hoe ben ik er dan wel toe gekomen om dit te gaan doen?

Nou, wanneer het begonnen is, weet ik eigenlijk niet, maar het is in ieder geval gestart tijdens het wandelen met de honden. Als de honden gepoept hebben, dan doen we dat in een zakje en dumpen dat ergens in de prullenbak. Als er nog poep van een andere hond in de buurt ligt, dan nemen we dat meteen even mee en voor je het weet, neem je ook even dat snoeppapiertje erbij. En zo valt het eigenlijk steeds meer op dat er eigenlijk best wel veel troep op straat ligt.

De volgende stap is dan ook om een plastic tas mee te nemen en even later regel je een grijper.

Dit is dan iets wat we doen tijdens het uitlaten van de honden, maar daarnaast zijn we ook actief voor het asiel in Bosnië waar we op verschillende manieren fondsen voor werven. Daar wordt de link dan ook gelegd naar de vele blikjes die we oprapen en weggooien en het oud-ijzer. Laten we de blikjes apart houden en die verkopen als oud-ijzer. Het is niet veel, je hebt het waarschijnlijk over centen, maar met weggooien levert het al helemaal niets op.

Op sommige plaatsen waar we met de honden wandelen valt het op dat er elk weekend wel troep ligt, en ook veel blikjes, die gaan elke week dan ook netjes mee en komen op die oud-ijzer-stapel.

We besluiten de mensen te vragen of ze hun troep op willen ruimen en of ze daarbij hun blikjes dan naast de vuilnisbak willen leggen, dan nemen wij die dat weekend mee als we het terrein weer schoongemaakt hebben. Het werkt. Elke week liggen er blikjes naast de vuilnisbak.

Datzelfde doe ik in mijn eigen buurt. Ook daar zet ik een kratje naast de vuilnisbak en ook daar merk je dat er minder vuil op straat ligt en elke week liggen er blikjes naar de bak. Totdat blijkt dat iemand er blijkbaar niet blij mee is en ons kratje steeds weer in de vuilnisbak gooit, of zelfs verwijdert.

Op een bepaald moment geef ik het hier dan ook maar op, maar in de tussentijd heb ik wel de aandacht gekregen van iemand die er een foto van gemaakt heeft. Via een weg van toevalligheden kom ik zo uit bij de Zwerfafvalestafette van de gemeente Zaanstad. Zij zijn blij met mijn initiatief en willen me graag helpen door de blikjes die zij tijdens de maandelijkse opruimaktie vinden te bewaren voor me. Die kan ik dan aan het eind van dat ‘uurtje voor het buurtje’ ophalen bij ze.

Ik besluit als dank daarvoor dan ook maar een steentje bij te dragen en voor het eerst loop ik dus niet alleen of met mijn vrouw, maar doe ik het opruimen in groepsverband. En dat is eigenlijk ook best leuk! Aan het eind krijgen we een lunch voorgeschoteld en worden verhalen uitgewisseld. Allemaal bijzondere mensen met allemaal hetzelfde doel, iets voor de omgeving doen. Aan het eind neem ik een groot aantal blikjes mee en ik besluit volgende maand weer mee te doen.

Naast het opruimen, blijf ik echter ook actief met hardlopen, maar het blijkt nu onmogelijk om de troep onderweg níet te zien. Als ik een blikje tegenkom, dan raap ik die op. Tweede blikje ook, derde erbij. Even later zoveel, dat ik het niet meer in mijn hand kan houden. Ik leg een stapeltje in de berm, die haal ik later dan maar op. Even later vind ik een tas, dat komt mooi uit, kan ik de rest van de blikjes in doen. En zo kan ik mezelf nu ook tot de ploggers rekenen, de mensen die hardlopen en ondertussen opruimen. De tas is al snel vol en echt lekker rent dit nu ook weer niet.

Dat kan ik dus beter doen tijdens het skaten. Ook met die sport haal ik tientallen blikjes binnen alleen daarbij is het probleem weer dat je er voorbij bent voordat je het blikje in de gaten hebt. Maar goed, als je keert en langzaam terug schaatst, dan is de kans groot dat je meteen een 2e blikje ziet liggen dus even stoppen en teruggaan is wel de moeite waard.

En tot slot dan het fietsen. Ik probeer zoveel mogelijk met de fiets naar het werk te gaan nu ik ‘in de buurt gedetacheerd ben’ en dan kom je dus steeds langs hetzelfde fietspad en zie je elke dag weer blikjes liggen. Op een bepaald moment was het dan ook genoeg, regelde ik een zijtas en nam de grijper mee op de fiets. Zodra ik een blikje zag stopte ik, deed hem in de zijtas en fietste ik weer door.
Inmiddels ben ik zover dat ik een dubbele zijtas heb. Een voor de blikjes en de ander voor al het andere afval. Ik stop onderweg niet meer, ik ben er inmiddels handig genoeg in geworden om het te kunnen grijpen terwijl ik doorfiets. En mocht ik hem toch missen, dan is er de volgende dag weer een kans.